video - dadaab - ifo 3 - drie weken geleden was hier nog niets, nu verblijven hier 20.000 vluchtelingen.
Dadaab - vluchtelingenkamp
Dadaab (27 augustus 2011) - ‘s Werelds grootste vluchtelingenkamp ligt in het oosten van Kenia op iets meer dan 100 kilometer van de grens met Somalia. Hier komen dagelijks uitgehongerde en uitgedroogde vluchtelingen aan. Nog vaak sterven mensen op de weg tussen de grens en het kamp. En onderweg in Somalie worden vluchtelingen overvallen en vrouwen verkracht. Vlakbij de grens houden Keniaanse troepen de wacht. Net over de grens is het ook gevaarlijk. Ondanks dat wil de Keniaanse overheid juist dat daar vluchtelingen worden opgevangen om de toestroom naar Kenia te stoppen. Humanitaire experts wijzen op het gevaar dat dan deze kwetsbare groep een te gemakkelijk doelwit worden voor al-Shabab en andere gewapende groepen.
In Dadaab verblijven meer dan 420.000 vluchtelingen. Een groot aantal al een lange tijd. Er zijn drie kampen, Ifo, Hagadera en Dagahaley. Die bestaan al sinds begin jaren negentig en waren destijds gebouwd om elk zo’n 30.000 vluchtelingen op te vangen. In Hagadera verblijven nu zo’n 100.000 vluchtelingen en zo’n 20.000 nieuwkomers aan de rand van het kamp. In het kamp bezoeken we een zogenoemd ‘stabilization center’ waar zwaar ondervoede kinderen worden geholpen.
Daarna zijn we in Ifo 3 geweest. Drie weken geleden was dit nog een lege vlakte. Nu verblijven hier 20.000 vluchtelingen. Hoewel het aantal nieuwe vluchtrlingen wat is afgenomen naar zo’n 1200 per dag zijn kinderen zwaarder ondervoed dan in de maand ervoor.
‘De humanitaire operatie, metname in Somalie zelf, is zeer gecompliceerd’, zegt Kiki, de VN coordinator voor humanitaire zaken. Ik ken haar nog vanuit de tijd dat ze in Soedan werkzaam was. ‘Het is vijf keer zo moeilijk als de humanitaire operatie in Darfur’, zegt ze.
In Somalie is het grootste probleem toegang en onveiligheid. In gebieden die al-Shabab onder controle heeft, is het bieden van hulp niet onmogelijk maar zeer ingewikkeld. Vooral in de Afgooye corridor, een gebied waar ongeveer 400.000 ontheemden verblijven, is dat moeilijk.
Het is afwachten wanneer in Somalie zelf, vooral rond Mogadishu, grootschalige hulpverlening tot stand zal komen. Al Shabab heeft zich uit Mogadishu terug getrokken maar het is onduidelijk of dat slechts tijdelijk is of niet. Wat zeker is, is dat deze crisis niet snel voorbij is. Er wordt regen verwacht in oktober maar men is bang dat dat weinig zal zijn.
Kibera
Nairobi (26 augustus 2011) - Kibera is de grootste en oudste sloppenwijk van Nairobi. Kibera betekent jungle, en dat is het ook. Slechts 5 kilometer van het centrum van Nairobi leven meer dan 170.000 mensen opeengepakt zonder toegang tot basisvoorzieningen als water en electriciteit.
Justus neemt ons mee naar een gedeelte van de wijk dat is gebouwd langs de spoorlijn naar Oeganda. Hier proberen buurtbewoners te voorkomen dat ze ‘s nachts uit huizen worden gejaagd. Onderhandelingen vinden plaats met de Keniaanse spoorwegen om te zoeken naar een oplossing.
‘Vooral ‘s avonds is het gevaarlijk hier’, zegt Peter. De leraar Swahili zegt dat er veel geweld is. In een buurthuis spreken we kort met een aantal jongeren. Ze zijn mondig en boos op hun politici. Zij willen verandering.
Kenia is op dit moment in transitie. In het parlement worden in een razend tempo wetten doorgevoerd die de vorig jaar aangenomen grondwet moeten gaan uitvoeren. Mensenrechtenexperts zijn bang dat door het tempo de wetgeving allerlei mazen zal vertonen.
Het belangrijkste probleem in Kenia is corruptie. Het wordt openlijk besproken en de hoop is dat met nieuwe verkiezingen en een nieuwe mondige generatie verandering komt.
De Inhamissua gemeenschap waar kwetsbare kinderen worden ondersteind met sociale bescherming.
Beira, de haven, Sofala en aidswezen
Vandaag kregen we een rondleiding door het havenbedrijf in Beira. Vanuit deze haven worden goederen getransporteerd naar Zimbabwe, Malawi, Zambia en Zambia. De groei van het bedrijf trekt bedrijvigheid aan. Investeringen in de jaren tachtig en negentig lijken vruchten af te werpen. Tussen 1999 en 2009 is het aantal containers dat via de haven worden getransporteerd verdrievoudigd. Met Nederlandse steun is de haven uitgediept zodat grotere vrachtschepen de haven kunnen bereiken.
’s Middags hebben we een bezoek gebracht aan een Unicef project gericht op sociale bescherming van voornamelijk aidswezen in de Inhamissua gemeenschap. In deze gemeenschap hebben veel kinderen hun ouders verloren. Zij worden opgevangen door familieleden maar zijn zeer kwetsbaar. Een comite uit de gemeenschap wordt ondersteund om een sociaal vangnet te bieden aan deze kinderen.
Kaas en water
Chimoio, 21 augustus 2011 - Vanochtend arriveerde de kamerdelegatie in chimoio. Het eerste bezoek was aan de Gouda Gold & Evretz kaasfabriek. Dit kleinschalige bedrijf levert kaas aan diverse supermarkten in de regio en in de hoofdstad Maputo. Hier wordt het zuivelbedrijf en het dagelijkse inkomen voor kleine boeren wordt gezien als een goed middel om uit armoede te komen. In de toekomst hoopt het bedrijf ook scholen in de omgeving te kunnen voorzien van schoolmelk.
Het bedrijf kampt met onregelmatige electriciteitsaanvoer wat schade veroorzaakt aan apparatuur en te kort aan water. Op dit moment zijn er in deze regio een groot aantal waterprojecten gaande waar we enkele voorbeelden hebben gezien. Ook in kleine afgelegen gemeenschappen, zoals in Vanduzi en Nhamaere, wordt gewerkt aan toegang tot schoondrinkwater en sanitatie.
’s Avonds kregen we een rondleiding door de Mozambique Honey Company - een mooi bedrijf dat duurzame economische ontwikkeling en participatie van kleine boeren bevordert.
Mozambique, Kenia en hongersnood
Dit weekend vertrek ik naar Mozambique en Kenia. Samen met collega-kamerleden van andere fracties bezoeken we door Nederland gefinancierde ontwikkelingsprojecten en ontmoeten we vertegenwoordigers van bedrijven, maatschappelijke organisaties, parlementariers, ministers, journalisten en experts. Het werkbezoek in Mozambique vindt plaats van 20 tot 24 augustus waarna we naar Kenia gaan. Daar zal vooral het bezoek zich richten op de hongersnood die de Hoorn van Afrika op dit moment teistert. We zullen tijdens het bezoek ook spreken met experts over de situatie in Somalie.
Op dit moment is voor Somalie slechts de helft van wat nodig is voor acute humanitaire hulp. Ruim 3,7 miljoen mensen hebben daar humanitaire hulp nodig, waarvan 2,2 miljoen in het zuiden van Somalie. Meer dan 184,000 Somaliers zijn het land ontvlucht. Sinds juni j.l. zijn ruim 77 duizend Somalische vluchtelingen in Dadaab aangekomen. In totaal herbergt dat vluchtelingenkamp, waar we ook naar toe zullen gaan, nu ongeveer 440,000 vluchtelingen. Somalie zelf herbergt de grootste opvang van interne ontheemden in Afgooye.
Op 28 augustus keert de delegatie terug naar Nederland.
Wapenfeiten

Na een jarenlange rituele stoelendans lijkt eindelijk een keerpunt te zijn gekomen in het Nederlands wapenexportbeleid. GroenLinks heeft al jaren actie gevoerd tegen het gemak waarmee de Nederlandse regering vergunningen uitgeeft voor wapenexport en doorvoer van wapens helemaal niet controleert. Nederland heeft de afgelopen twintig jaar veel wapens en militair materieel verkocht aan allerlei autoritaire regimes en notoire mensenrechtenschenders.
De afgelopen maanden hebben we de gevolgen gezien van ongecontroleerde wapenhandel. Met de inzet van pantservoertuigen in Bahrein en Egypte, tanks in Saoedi Arabië en soortgelijk materieel in andere Arabische landen probeerden regimes de roep om vrijheid in deze landen tot zwijgen te brengen.
Drie maanden geleden voerde ik een debat met de staatsecretaris Bleker en minister Rosenthal, waarin ik, gewapend met inmiddels talloze voorbeelden van misstanden, de bewindslieden ter verantwoording heb geroepen. In dat debat presenteerde ik een vijf punten plan met daarin de oproep voor: meer transparantie en parlementaire controle, aanscherping van de mensenrechtentoets bij export, echte controle van wapendoorvoer en een uitgesproken Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over een wereldwijd wapenhandelsverdrag.
In verlegenheid gebracht door de mensenrechtenschendingen die plaatsvonden met zeer waarschijnlijk wapens die uit of via Nederland geëxporteerd zijn, beloofden de bewindspersonen wijzigingen in het beleid om daarmee tegemoet te komen aan onze zorgen.
Vorige week kreeg ik een brief van beide bewindslieden met daarin de aanpassingen die zij voorstellen om het wapenexportbeleid te wijzigen. Eindelijk lijkt er beweging te komen. Naast dat het kabinet zich inzet voor de totstandkoming van een wereldwijd wapenhandelsverdrag en zich op alle internationale fora gaat uitspreken hiervoor en dat de Tweede Kamer vaker en uitgebreider zal worden geïnformeerd over verleende vergunningen komt er een gedeeltelijke controle op wapendoorvoer en gaat het kabinet meer dan voorheen risico’s op mensenrechtenschendingen meenemen in de toets voor wapenexportvergunningen. Dat zijn stappen in de goede richting, maar het zijn wel baby-stapjes en er is nog een lange weg te gaan.
Er komt (gedeeltelijk) controle op doorvoer
Er wordt een eerste aanzet gegeven om doorvoer van wapens ook van bondgenoten en andere EU-lidstaten te controleren. Zij het aarzelend, komt er een vergunningsplicht voor bepaalde vormen van doorvoer en een negatieve lijst die extra gecontroleerd zal worden. Een beperking is echter dat het kabinet alleen doorvoer gaat controleren van complete wapensystemen, terwijl de staatsecretaris in het debat zei: ‘als we hadden geweten wat zich zou afspelen in een land als Libië, [..] wij een à twee jaar gelden niet [hadden] meegewerkt aan het leveren van onderdeeltjes voor Amerikaanse transporthelikopters, die weer door Italië aan Libië zijn geleverd’. Bovendien zal bij verdachte wapendoorvoer van bondgenoten alleen om uitleg of herziening worden gevraagd. Dat is vreemd. Goederen die over Nederlands grondgebied worden vervoerd, dienen bij voldoende aanleiding altijd gecontroleerd kunnen worden, ook als het land van herkomst het er niet mee eens is.
Het kabinet gaat zich inzetten meer aandacht voor mogelijke mensenrechtenschendingen
Het kabinet gaat inzetten op harmonisatie binnen de EU en gaat het meer dan voorheen risico’s meenemen bij de toetsing van aanvragen voor wapenexportvergunningen. Vraag is echter hoe dit zal gebeuren. Bijvoorbeeld: bij dictatoriale regimes is er een veel grotere kans dat burgers in opstand komen en dus dat het regime militaire middelen zal inzetten om haar macht te handhaven. Is dat al voldoende risico? Of wordt er toch soepel geoordeeld? Natuurlijk is de aanscherping van het wapenexportbeleid zinvoller als andere EU-lidstaten ook bereid zijn om op deze manier te toetsen. Het is goed dat Nederland pleit voor harmonisatie en dat het ontwikkelingscriterium ontwikkelt. Nederland is daarin een voorloper en zou andere lidstaten kunnen assisteren bij de technische analyse daarvan, al kan dat nog stukken beter.
Wat moet er nog gebeuren
Ondanks deze koerswijziging heb ik een aantal flinke kritische kanttekeningen en vragen. Wat betekent dit precies en hoe gaat dit in de praktijk werken? Deze vragen hebben we gesteld in een schriftelijk verslag dat binnenkort een repliek krijgt van het kabinet.













